Fable 5 en Mythos 5 verdwenen na een Amerikaans overheidsbevel. GPT-5.6 gaat eerst naar een kleine groep goedgekeurde partners. Kunstmatige intelligentie zou kennis en macht democratiseren. In plaats daarvan ontstaat een nieuwe klasse: mensen met toegang tot frontier-intelligentie, en mensen die buiten de poort blijven.
Bijgewerkt op 27 juni 2026.
In het kort
- De Amerikaanse regering liet Anthropic de toegang tot Fable 5 en Mythos 5 voor alle buitenlandse personen blokkeren.
- Anthropic schakelde daarop beide modellen wereldwijd uit.
- Mythos 5 is inmiddels alleen terug voor ruim honderd door de overheid vertrouwde Amerikaanse organisaties.
- Fable 5 is op het moment van schrijven nog niet algemeen beschikbaar.
- OpenAI stelt GPT-5.6 Sol, Terra en Luna voorlopig alleen beschikbaar aan een kleine groep partners die bij de Amerikaanse overheid bekend zijn.
- De overheid en de grootste AI-bedrijven bepalen daarmee wie als eerste toegang krijgt tot de krachtigste intelligentie ter wereld.
- Open modellen bieden een tegenwicht, maar de zwaarste modellen vereisen hardware die voor gewone burgers vrijwel onbereikbaar is.
De wereld is gemanipuleerd
The world is rigged.
Het klinkt als een cynische leus. Iets wat je roept wanneer dezelfde bedrijven, dezelfde miljardairs en dezelfde politieke insiders weer met alle prijzen naar huis gaan.
Maar deze maand werd dat gevoel concreet beleid.
De beste nieuwe AI-modellen worden niet langer vanzelfsprekend uitgebracht voor iedereen die ervoor wil betalen. Ze gaan eerst naar een select gezelschap van bedrijven en instellingen dat door de Amerikaanse overheid betrouwbaar genoeg wordt gevonden.
De insiders krijgen toegang.
De grote bedrijven krijgen toegang.
De overheid krijgt toegang.
De rest mag wachten.
Wij mogen filmpjes bekijken waarin wordt verteld hoe geweldig het model is. Wij mogen benchmarks bewonderen. Wij mogen lezen hoeveel goedkoper, sneller en intelligenter het is geworden.
Gebruiken mogen we het nog niet.
Welkom in de nieuwe AI-economie. De krachtigste vorm van productiviteit, kennis en digitale arbeid wordt niet verdeeld op basis van inzet, talent of ondernemerschap, maar op basis van goedkeuring.
Eerst Fable 5 en Mythos 5
Op 9 juni 2026 lanceerde Anthropic Claude Fable 5. Het model was bedoeld als de publiek toegankelijke, sterker beveiligde variant van Mythos 5, een model met geavanceerde mogelijkheden voor programmeren en cybersecurity.
Drie dagen later was het voorbij.
De Amerikaanse overheid droeg Anthropic op om alle toegang tot Fable 5 en Mythos 5 door buitenlandse personen te blokkeren. Dat gold niet alleen voor mensen buiten de Verenigde Staten, maar ook voor buitenlandse werknemers die in Amerika wonen of zelfs bij Anthropic werken.
Anthropic kon zo’n scheiding niet meteen waterdicht afdwingen. Het bedrijf koos daarom voor de enige maatregel waarvan het zeker wist dat die aan het bevel voldeed: beide modellen werden wereldwijd uitgeschakeld. [2]
Honderden miljoenen gebruikers verloren in één klap hun toegang.
Niet wegens bewezen grootschalig misbruik. Niet wegens een cyberaanval die met het model was uitgevoerd. Volgens Anthropic ging het om een mogelijke beperkte jailbreak waarmee enkele al bekende en vrij eenvoudige softwarekwetsbaarheden konden worden gevonden.
Anthropic betwistte dat dit een wereldwijde terugtrekking rechtvaardigde. Het bedrijf wees erop dat andere beschikbare modellen dezelfde kwetsbaarheden konden ontdekken.
De technische onderbouwing van de overheid werd niet openbaar gemaakt.
Fable 5 verdween. Mythos 5 verdween.
En daarmee was het precedent geboren.
Mythos is terug, maar niet voor jou
Op 26 juni draaide de Amerikaanse regering een deel van het besluit terug.
Mythos 5 mag opnieuw worden gebruikt door meer dan honderd “vertrouwde” Amerikaanse organisaties. Daaronder vallen grote bedrijven, beheerders van vitale infrastructuur en deelnemers aan Anthropics Project Glasswing. Werknemers zonder Amerikaans paspoort mogen het model binnen die goedgekeurde organisaties ook gebruiken. [5]
Dat klinkt als een verbetering.
Maar kijk naar wat hier gebeurt.
Een model wordt eerst voor iedereen afgesloten. Daarna bepaalt de overheid welke organisaties het opnieuw mogen gebruiken. De criteria zijn niet openbaar. De lijst is niet democratisch vastgesteld. Kleine ondernemers, onafhankelijke ontwikkelaars, buitenlandse onderzoekers en gewone gebruikers blijven buiten de poort.
De machtigste organisaties ontvangen de krachtigste intelligentie.
De rest krijgt een ouder model en een mededeling dat er hard wordt gewerkt aan bredere beschikbaarheid.
Dit is geen vrije markt. Dit is geen meritocratie.
Dit is een door de overheid beheerde voorsprong.
Toen kwam GPT-5.6
Wie dacht dat de actie tegen Anthropic een eenmalige botsing was, kreeg op 26 juni het antwoord.
OpenAI presenteerde de GPT-5.6-serie:
- Sol, het krachtigste vlaggenschip;
- Terra, een voordeliger model voor dagelijks professioneel werk;
- Luna, een sneller en goedkoper model voor grootschalig gebruik.
OpenAI noemt Sol zijn krachtigste model tot nu toe. Het model heeft betere mogelijkheden voor programmeren, biologie, cybersecurity en langdurige autonome taken. Met de nieuwe ultra-modus kan het bovendien meerdere subagenten gecoördineerd aan een probleem laten werken. [1]
Prachtig.
Alleen niet voor ons.
OpenAI schrijft dat het zijn plannen en de mogelijkheden van GPT-5.6 vooraf met de Amerikaanse overheid heeft gedeeld. Op verzoek van die overheid krijgen voorlopig alleen een kleine groep “trusted partners” toegang. De namen van die partners zijn met de regering gedeeld.
OpenAI belooft dat de modellen in de komende weken breder beschikbaar worden.
Dat kan gebeuren.
Maar het historische feit staat al vast: de overheid heeft invloed uitgeoefend op wie een nieuw frontier-model als eerste mag gebruiken, en OpenAI heeft zich daarnaar geschikt.
Sterker nog: OpenAI waarschuwt zelf dat dit proces geen permanente standaard mag worden, omdat het de beste hulpmiddelen weghoudt bij gebruikers, ontwikkelaars, bedrijven, cyberverdedigers en internationale partners.
Wanneer zelfs het bedrijf dat gehoorzaamt zegt dat het systeem niet deugt, moeten wij luisteren.
De AI-kaste is geboren
Sommige mensen doen dit af als een vertraging van enkele weken.
“Maak je niet zo druk. Het model komt later wel.”
Maar weken zijn niet neutraal wanneer kunstmatige intelligentie steeds meer werk kan overnemen.
Een bedrijf dat eerder toegang krijgt tot een krachtiger model kan sneller software ontwikkelen, kwetsbaarheden ontdekken, documenten analyseren, processen automatiseren en nieuwe producten bouwen.
Het kan betere offertes schrijven, sneller onderzoek uitvoeren en met minder mensen meer produceren.
Wanneer één bokser met blote handen de ring in moet en de ander gewichten in zijn handschoenen krijgt, kun je achteraf moeilijk zeggen dat de beste heeft gewonnen.
De bedrijven aan de binnenkant mogen bouwen met GPT-5.6 en Mythos 5.
De bedrijven aan de buitenkant mogen concurreren met wat gisteren nog goed genoeg was.
Dat verschil lijkt aanvankelijk klein. Maar wanneer AI wordt gebruikt om nieuwe AI, software en ondernemingen te bouwen, kan een tijdelijke voorsprong zichzelf versterken.
De winnaars krijgen betere intelligentie.
Met die intelligentie bouwen zij betere producten.
Met die producten verdienen zij meer geld.
Met dat geld kopen zij meer rekenkracht, data en politieke invloed.
En daarna worden zij opnieuw geselecteerd als betrouwbare partner.
Zo kan een technologische bovenklasse permanent worden.
Niet omdat iemand officieel verklaart dat gewone mensen dom moeten blijven, maar omdat de beste hulpmiddelen steeds als eerste terechtkomen bij degenen die al bovenaan staan.
We huren onze intelligentie
De afgelopen jaren hebben miljoenen mensen hun werk, bedrijven en creatieve processen gebouwd op gesloten AI-diensten.
Maar een account is geen eigendom.
Een abonnement is geen soevereiniteit.
Een API-sleutel is geen garantie.
Wanneer je een model alleen via de servers van OpenAI, Anthropic of een andere aanbieder gebruikt, huur je intelligentie onder voorwaarden die op ieder moment kunnen veranderen.
Het bedrijf kan je limieten verlagen.
Het bedrijf kan je account blokkeren.
Het model kan zonder waarschuwing worden vervangen.
Een overheid kan toegang beperken.
Een veiligheidsfilter kan legitiem werk weigeren.
Of het hele model kan, zoals bij Fable 5, in enkele uren verdwijnen.
Wij hebben onszelf afhankelijk gemaakt van systemen die wij niet bezitten, niet kunnen inspecteren en niet zelf kunnen blijven draaien wanneer de eigenaar de stekker eruit trekt.
Dat was jarenlang vooral een theoretisch bezwaar.
Sinds 12 juni 2026 is het een gedocumenteerd bedrijfsrisico.
Veiligheid is geen onzin
Laat ik hier helder over zijn.
Geavanceerde AI brengt echte risico’s met zich mee.
Een model dat zelfstandig software kan onderzoeken, kwetsbaarheden kan vinden en complexe digitale aanvallen kan voorbereiden, kan door verdedigers én aanvallers worden gebruikt. Een krachtige biologische onderzoeksassistent kan medicijnen helpen ontwikkelen, maar dezelfde kennis kan ook worden misbruikt.
De overheid hoeft dus niet werkeloos toe te kijken.
“Alles moet altijd meteen zonder enige beperking worden vrijgegeven” is geen serieus veiligheidsbeleid.
Maar veiligheid zonder transparantie is geen bescherming.
Veiligheid zonder controleerbare criteria is willekeur.
Veiligheid waarbij de overheid achter gesloten deuren bepaalt welke bedrijven een economisch voordeel krijgen, lijkt verdacht veel op machtsverdeling.
We weten niet op basis van welke exacte technische grens een model wordt afgesloten. De benchmark waarmee de Amerikaanse overheid straks bepaalt of een model een “covered frontier model” is, wordt geclassificeerd. Bedrijven mogen modellen tot dertig dagen vóór een bredere introductie aan de overheid beschikbaar stellen. De overheid en de ontwikkelaar kunnen daarna samen bepalen welke vertrouwde partners vroege toegang krijgen. [4]
Op papier heet dat een vrijwillig raamwerk.
In dezelfde presidentiële order staat zelfs dat hiermee geen verplicht vergunningenstelsel mag worden ingevoerd.
Maar wanneer het alternatief bestaat uit een exportbevel dat je product wereldwijd onbruikbaar maakt, krijgt het woord vrijwillig een creatieve betekenis.
Het lijkt op een café-eigenaar die “vrijwillig” beschermingsgeld betaalt nadat bij zijn buurman alle ramen zijn ingegooid.
Heeft Anthropic dit zelf veroorzaakt?
In verschillende AI-video’s wordt Anthropic-topman Dario Amodei ervan beschuldigd jarenlang angst te hebben verkocht.
Anthropic waarschuwde vaak voor massaal banenverlies, cyberrisico’s, biologische gevaren en mogelijke catastrofale gevolgen van krachtige AI. Het bedrijf pleitte zelf voor strenger toezicht op frontier-modellen.
Nu dat toezicht er in harde, ondoorzichtige vorm komt, klaagt Anthropic dat de overheid te ver gaat.
De ironie is moeilijk te missen.
Toch moeten we onderscheid maken tussen kritiek en bewijs.
Er is geen openbaar bewijs dat Anthropic deze specifieke maatregelen heeft georganiseerd om concurrenten of gewone gebruikers buiten te sluiten. De beschuldiging dat het bedrijf bewust een systeem van regulatory capture heeft gecreëerd, blijft een interpretatie.
Maar daarvoor is niet eens een geheim complot nodig.
Regulatory capture kan ook ontstaan doordat regels zo ingewikkeld en duur worden dat alleen de grootste bedrijven eraan kunnen voldoen.
Een multinational heeft juristen, lobbyisten, beveiligingsteams en directe lijnen naar Washington.
Een kleine ontwikkelaar heeft een laptop, een idee en misschien nog wat spaargeld.
Raad eens wie een maandenlange goedkeuringsprocedure overleeft.
De intentie kan veiligheid zijn, terwijl het resultaat alsnog marktconcentratie is.
De overheid kiest de winnaars
De gevaarlijkste ontwikkeling is niet dat een AI-model een paar weken later beschikbaar komt.
Het gevaar is dat wij wennen aan het principe dat een regering mag bepalen wie vroegtijdig toegang krijgt tot superieure intelligentie.
Vandaag zijn het beheerders van vitale infrastructuur en grote technologiebedrijven.
Morgen misschien banken, defensiebedrijven, universiteiten of mediabedrijven die door de regering betrouwbaar worden gevonden.
En wie wordt dan onbetrouwbaar gevonden?
Een buitenlandse onderzoeker?
Een journalist?
Een politiek onwelgevallige ondernemer?
Een burger zonder de juiste identiteit, nationaliteit of contacten?
Zodra toegang tot intelligentie een privilege wordt, verandert AI van gereedschap in bestuursmiddel.
Een overheid hoeft je niet rechtstreeks te verbieden om een bedrijf op te richten. Het is genoeg om jouw concurrent toegang te geven tot een systeem dat tienmaal productiever is.
Je mag nog steeds meedoen.
Je kunt alleen onmogelijk winnen.
Amerika vertraagt zijn burgers, niet zijn elite
Voorstanders van deze beperkingen zeggen dat Amerika zijn technologische voorsprong tegenover China moet beschermen.
Maar de Amerikaanse AI-laboratoria stoppen niet met ontwikkelen.
OpenAI blijft volgende modellen trainen.
Anthropic blijft Mythos verbeteren.
De goedgekeurde partners blijven bouwen.
De overheid blijft toegang houden.
Alleen de brede samenleving wordt vertraagd.
Dat is geen algemene pauze in de AI-race. Het is een selectieve pauze voor iedereen buiten de gekozen kring.
Tegelijkertijd brengen Chinese ontwikkelaars steeds krachtigere open modellen uit. GLM-5.2 werd in juni gepubliceerd met open gewichten en een contextvenster van één miljoen tokens. DeepSeek bracht V4 Pro en V4 Flash ook uit met beschikbare modelgewichten. [8][9]
Dat maakt China niet plotseling tot een libertair paradijs. Chinese bedrijven opereren net zo goed onder politieke druk en staatsinvloed.
Maar een eenmaal gedownload model kan niet op dezelfde manier op afstand uit je computer worden verwijderd.
Dat is de fundamentele kracht van open gewichten.
Amerika probeert zijn voorsprong te beschermen door toegang te beperken, terwijl concurrenten marktaandeel, gebruikerservaring en data verzamelen met modellen die overal kunnen worden ingezet.
Dat kan uitlopen op de grootste geopolitieke eigen goal sinds Europa besloot zijn complete digitale infrastructuur bij buitenlandse bedrijven te huren.
Open source is de nooduitgang
De gebeurtenissen rond Fable 5 en GPT-5.6 maken één ding duidelijk:
we kunnen onze digitale toekomst niet volledig laten afhangen van een paar gesloten Amerikaanse bedrijven.
Open modellen zijn niet alleen interessant voor programmeurs. Ze worden een noodzakelijke verdedigingslaag voor burgers, bedrijven, overheden en landen.
Met een lokaal model kun je blijven werken wanneer een clouddienst uitvalt.
Je gevoelige data hoeven je eigen omgeving niet te verlaten.
Niemand kan op afstand je abonnement beëindigen.
Niemand kan zonder jouw medewerking het model vervangen door een zwakkere versie.
En niemand kan achteraf besluiten dat jouw nationaliteit niet langer in aanmerking komt.
Maar laten we ook hier geen sprookjes vertellen.
De grootste open modellen zijn gigantisch. Een gekwantiseerde uitvoering van GLM-5.2 werd bijvoorbeeld getest op acht Nvidia H200-datacenterchips. Dat is geen computer die een gemiddeld gezin naast de televisie zet. [8]
De gedachte dat iedereen thuis eenvoudig een frontier-model kan draaien, klopt op dit moment niet.
Kleinere lokale modellen zijn wel degelijk bruikbaar voor schrijven, samenvatten, programmeren, documentanalyse en gespecialiseerde taken. Ze worden snel beter. Maar volledige onafhankelijkheid op frontier-niveau vraagt veel geheugen, energie en geld.
Zelfhosting is dus noodzakelijk, maar nog geen complete oplossing.
De volgende strijd gaat over hardware
Mijn angst is niet dat morgen de politie aanbelt om je grafische kaart in beslag te nemen.
Daar is op dit moment geen bewijs voor.
Mijn angst is subtieler en realistischer.
Hardware kan door schaarste en stijgende prijzen buiten bereik raken. Exportregels kunnen bepalen welke landen bepaalde chips mogen ontvangen. Cloudbedrijven kunnen de meeste beschikbare rekenkracht opkopen. Fabrikanten kunnen zich steeds meer richten op datacenters in plaats van consumenten. Vergunningen en energieaansluitingen kunnen lokale infrastructuur afremmen.
Geen enkele maatregel hoeft op zichzelf een verbod te zijn.
Het eindresultaat kan alsnog zijn dat alleen staten en megabedrijven genoeg rekenkracht bezitten om de beste modellen te trainen en gebruiken.
Dan bestaat open source nog wel op papier, maar niet meer in de praktijk.
Je mag de gewichten downloaden.
Je kunt ze alleen nergens op draaien.
Daarom moet het recht om eigen hardware, lokale modellen en persoonlijke AI-systemen te bezitten nu worden verdedigd, voordat iemand besluit dat dit recht te gevaarlijk, inefficiënt of ongewenst is.
Europa heeft geen plan
Voor Europa en Nederland is dit een harde waarschuwing.
Wij praten graag over AI-regels, ethiek en toezicht. Ondertussen zijn de modellen Amerikaans, de chips grotendeels Amerikaans ontworpen, de cloudplatforms Amerikaans en de belangrijkste open alternatieven steeds vaker Chinees.
Europa is geen soevereine AI-macht.
Europa is een klant.
Eén Amerikaans bevel was genoeg om een technologie waar Europese bedrijven voor betaalden wereldwijd uit te schakelen.
Wanneer GPT-5.6 straks wordt uitgerold, bepaalt een buitenlandse regering mede wie als eerste toegang krijgt.
En wij?
Wij schrijven beleidsnota’s.
Een serieus Europees AI-beleid moet niet alleen gaan over wat bedrijven allemaal niet mogen. Het moet gaan over wat Europese burgers en ondernemingen zelf moeten kunnen bezitten en bouwen:
- Europese rekeninfrastructuur die ook toegankelijk is voor kleine bedrijven en onafhankelijke onderzoekers;
- investeringen in open modellen en open onderzoeksdata;
- het recht om modellen lokaal te draaien;
- transparante veiligheidsnormen die voor iedere aanbieder gelijk zijn;
- onafhankelijke toetsing van besluiten om modellen te beperken;
- een duidelijke beroepsprocedure;
- bescherming tegen discriminatie op basis van nationaliteit;
- een verbod op geheime klantselectie waarmee overheden commerciële winnaars aanwijzen.
Geen digitale soevereiniteit op papier.
Werkelijke rekenkracht, werkelijke modellen en werkelijk eigendom.
Wat wij zelf kunnen doen
We hoeven niet machteloos toe te kijken.
Begin klein.
Installeer een lokaal model en leer hoe lokale inferentie werkt. Je hoeft niet meteen een datacenter in je slaapkamer te bouwen. Een klein model dat je zelf bezit is waardevoller dan geen enkele vorm van onafhankelijkheid.
Verdeel je afhankelijkheid over meerdere aanbieders. Bouw geen compleet bedrijf op één model dat morgen kan verdwijnen.
Onderzoek welke gegevens je naar commerciële modellen stuurt. Jouw beste teksten, ideeën, code en bedrijfsprocessen zijn waardevolle trainingsdata.
Steun ontwikkelaars die modelgewichten, onderzoek en hulpmiddelen openbaar maken.
Investeer niet uit paniek duizenden euro’s in hardware die je niet begrijpt. Bouw kennis op, bepaal je toepassingen en schaf daarna gericht apparatuur aan.
En vooral: accepteer niet stilzwijgend dat toegang tot de belangrijkste technologie van onze tijd een gunst wordt die overheden en bedrijven aan goedgekeurde burgers verlenen.
Niet veiligheid, maar macht
De discussie gaat zogenaamd over AI-veiligheid.
Maar de echte vraag wordt steeds duidelijker:
Wie mag de intelligentie bezitten waarmee de toekomst wordt gebouwd?
Iedereen?
Of alleen de mensen die worden goedgekeurd door OpenAI, Anthropic en de Amerikaanse overheid?
We kregen te horen dat kunstmatige intelligentie kennis zou democratiseren. Dat een leerling, kunstenaar, programmeur of kleine ondernemer toegang zou krijgen tot mogelijkheden die vroeger alleen voor grote organisaties bestonden.
Dat was de belofte.
De eerste serieuze blauwdruk voor frontier-AI ziet er anders uit.
De overheid en de grootste bedrijven krijgen het beste model eerst. Zij mogen hun systemen verbeteren, hun voorsprong vergroten en hun positie verstevigen.
De rest krijgt later misschien toegang, wanneer de belangrijkste kansen al zijn verdeeld en het model veilig genoeg wordt gevonden voor gewone stervelingen.
Dat is geen democratisering van intelligentie.
Dat is digitaal feodalisme.
De poort naar AGI is nog niet volledig gesloten.
Maar voor het eerst staat er een bewaker voor die vraagt wie je kent, voor welk bedrijf je werkt en of de overheid jouw naam op de gastenlijst heeft gezet.
Wanneer we die ontwikkeling normaal gaan vinden, hoeven ze frontier-AI straks niet eens meer officieel te verbieden.
Dan hebben we al geaccepteerd dat het nooit werkelijk van ons was.
